Inklemming van de middelste handzenuw in de polstunnel. Geeft nachtelijke tintelingen of een slapend gevoel in duim, wijs-, middel- en ringvinger en soms verminderde knijpkracht.
Behandeling: Nachtspalk of een ontstekingsremmende inspuiting (cortisone). Bij blijvende hinder maken we het dak van de tunnel open (via een kleine insnijding of een kijkoperatie / ECTR). Dit gebeurt onder lokale verdoving zonder knelband om de arm (WALANT-techniek), zodat u de hand direct weer licht kunt bewegen.
Beknelling van de elleboogzenuw aan de binnenzijde van de elleboog ('telefoonbotje'). Geeft tintelingen in pink en ringvinger (vooral bij geplooide elleboog) en soms krachtverlies.
Behandeling: Vermijden van langdurig plooien en een nachtspalk. Operatief kan de zenuw ter plaatse worden vrijgelegd of, als de zenuw bij buigen verspringt, naar een zachtere plek aan de voorzijde van de elleboog worden verplaatst.
Irritatie van de buigpees waarbij een plaatselijke verdikking op de pees hapert aan de ingang van het peestunneltje (het eerste ringbandje) in de handpalm, precies aan de basis van de vinger of duim. De vinger klikt pijnlijk of blokkeert in gebogen stand.
Behandeling: Een cortisone-inspuiting laat de zwelling vaak slinken. Bij terugkeer openen we het nauwe ringbandje in de handpalm onder lokale verdoving (WALANT). Tijdens de ingreep beweegt u zelf meteen de vinger om te controleren of de pees weer helemaal vrij glijdt.
Pijnlijke irritatie en vernauwing van het peestunneltje van twee duimpezen aan de duimzijde (zijkant) van de pols. Geeft scherpe pijn bij tillen, wringen of grijpen (vaak bij jonge ouders).
Behandeling: Duim-polsspalk en cortisone-inspuiting. Bij blijvende last openen we het peestunneltje aan de zijkant van de pols onder lokale verdoving, waarbij ook eventuele extra tussenschotjes tussen de twee duimpezen zorgvuldig worden vrijgemaakt.
Een volkomen goedaardig, glad bultje gevuld met helder, geleiachtig gewrichtsvocht dat via een klein steeltje vanuit het polsgewricht of een peesschede ontstaat. Kan wisselen in grootte en druk geven bij steunen.
Behandeling: Vaak verdwijnt het bultje vanzelf en volstaat afwachten. Bij aanhoudende pijn of hinder verwijderen we het bultje samen met het verbindingssteeltje (via een kleine insnijding of een kijkoperatie van de pols) om terugkeer te voorkomen.
Kraakbeenslijtage van het zadelgewricht onderaan de duimbasis. Geeft pijn bij knijpen, een sleutel omdraaien of een bokaal openen, met geleidelijk krachtsverlies.
Behandeling: Duimspalk, ergonomie en een inspuiting. Bij blijvende pijn plaatsen we bij actieve patiënten bij voorkeur een moderne duimbasisprothese (een klein kunstgewricht zoals de Touch®- of Maïa®-prothese) voor een vlot herstel met behoud van duimlengte en knijpkracht. Een alternatief is het verwijderen van het versleten handwortelbeentje met peesondersteuning.
Kraakbeenslijtage in het eindgewrichtje (bij de vingertop) of het middengewricht van de vinger. Geeft stijfheid, pijn, kleine botknobbeltjes en soms scheefstand.
Behandeling: Spalkjes en oefentherapie. Bij ernstige pijn kunnen we het eindgewrichtje pijnvrij en stabiel vastzetten, of in het middengewricht een klein vingerkunstgewrichtje (prothese) plaatsen zodat de vinger kan blijven buigen.
Slijtage van het kraakbeen tussen de polsbeentjes, vaak jaren na een eerdere breuk of gescheurd polsbandje. Geeft pijn, zwelling en stijfheid bij belasting.
Behandeling: Polsbrace of inspuiting. Operatief kiezen we een behandeling op maat: het uitschakelen van de kleine pijnzenuwtjes van het polskapsel, het verwijderen van de eerste rij versleten polsbeentjes, of het gedeeltelijk (of volledig) vastzetten van het polsgewricht.
Breuk van het spaakbeen vlak bij de pols na een val op de uitgestrekte hand, met pijn, zwelling en soms scheefstand.
Behandeling: Bij een niet-verplaatste breuk volstaat 4 tot 5 weken gips. Is de breuk verplaatst, dan zetten we het bot tijdens een operatie recht met een voorgevormd titanium plaatje en schroeven aan de binnenzijde van de pols. Hierdoor zit de breuk direct stevig vast en mag u snel na de ingreep weer voorzichtig met de pols oefenen.
Breuk van een vingerkootje of middenhandsbeentje met pijn, zwelling en soms een scheefstand of draaiing van de vinger bij het buigen.
Behandeling: Stabiele breuken genezen met een spalkje op maat of intapen aan de buurvinger (buddy-taping). Verplaatste of gedraaide breuken zetten we nauwkeurig recht met fijne mini-schroefjes, een mini-plaatje of pennetjes zodat u snel kunt starten met handtherapie.
Diepe snij-, glas- of zaagwonden waarbij pezen, gevoelszenuwen of bloedvaatjes zijn doorgesneden. Hierdoor kunt u een vinger niet meer buigen of strekken, of valt het gevoel weg.
Behandeling: Snelle spoedopvang via onze 24/7 SOS Handwacht. Onder de operatiemicroscoop herstellen we de fijne zenuwen en bloedvaatjes en hechten we de pezen met een sterke hechttechniek, direct gevolgd door gespecialiseerde handrevalidatie en spalktherapie.
Goedaardige verdikking van het bindweefsel in de handpalm. Er ontstaan knobbeltjes en vaste strengen die de vingers (meestal ringvinger en pink) geleidelijk kromtrekken, zodat de hand niet meer plat op tafel kan.
Behandeling: Wanneer een vinger kromtrekt, kunnen we een geschikte streng onder lokale verdoving met een fijne naald doorprikken (naaldbehandeling / PNA) voor een snel herstel, of het verdikte weefsel via een operatie zorgvuldig verwijderen.
Beschadiging van de kraakbeenschokdemper en bijhorende gewrichtsbandjes aan de pinkzijde van de pols. Geeft pijn aan de pinkzijde bij draaibewegingen (zoals een doek uitwringen), steunen op de hand en soms een klikkend of instabiel gevoel.
Behandeling: Polsbrace en handtherapie. Blijft de last aanhouden, dan bekijken we het kraakbeenschijfje via een kijkoperatie van de pols (polsarthroscopie) en werken we een los flapje bij of hechten we het afgescheurde bandje vast met een klein botankertje. Als de ellepijp te lang is en drukt, kan deze licht worden ingekort.
Scheur van een verbindingsbandje tussen de handwortelbeentjes (meestal het belangrijke SL-bandje tussen het scheepjesbeen en het maanvormige beentje). Hierdoor ontstaat een spleet tussen beide botjes met pijn, krachtsverlies en een klikkend of 'doorzakkend' gevoel.
Behandeling: Spalk en gerichte polstraining bij lichte verrekking. Bij een volledige scheur herstellen we het bandje via een kijkoperatie en hechting (vaak verstevigd met een inwendig steunbandje – InternalBrace™) of maken we een nieuw bandje met een eigen peesstrookje.
Breuk van het scheepjesbeen aan de duimzijde van de pols na een val. Geeft pijn in het kuiltje aan de duimbasis. Omdat dit botje een kwetsbare doorbloeding heeft, geneest het traag en is soms een CT- of MRI-scan nodig.
Behandeling: Gipsbehandeling bij een mooie stand, of via een kleine prikopening vastzetten met een verzonken schroefje zodat u veel sneller de pols weer mag bewegen. Als een oudere breuk niet vanzelf vastgroeit, zetten we het botje vast met een schroefje en wat eigen botweefsel.
Klein, glazig bultje gevuld met dik gewrichtsvocht bij de nagelriem, veroorzaakt door lichte slijtage en een klein botknobbeltje van het eindgewrichtje. Geeft vaak een lengtegroef in de nagel (prik dit nooit zelf open wegens infectiegevaar).
Behandeling: Als het bultje stoort of dreigt open te gaan, verwijderen we onder lokale verdoving zowel het blaasje als het onderliggende botknobbeltje zodat het wegblijft.
Afscheuring van het strekpeesje aan het laatste vingerkootje (soms met een klein stukje bot) na het stoten van de vingertop. Het vingertopje hangt naar beneden en kan niet meer zelf gestrekt worden.
Behandeling: Geneest bijna altijd zonder operatie door het vingertopje gedurende 6 tot 8 weken onafgebroken recht te houden in een speciaal spalkje (Stack-spalk of spalk op maat; het topje mag geen enkele keer plooien!). Enkel bij een groter afgebroken botstukje zetten we dit vast met fijne pennetjes of een schroefje.
Scheur van het middelste deel van de strekpees bovenop het middengewricht van de vinger. Het middengewricht zakt in een gebogen stand terwijl het vingertopje achterover trekt.
Behandeling: Bij een vers letsel houden we het middengewricht 6 weken lang recht met een spalkje, terwijl u het vingertopje actief moet blijven buigen. Bij oudere letsels kan de pees met handtherapie of een ingreep worden hersteld.